donderdag 11 oktober 2012

Is reistijd arbeidstijd?

reisafstand.png Reistijd belangrijk

Dat reistijd belangrijk is voor werknemers blijkt wel uit de jaarlijkse NEA publicatie: Totaal 85,3% vindt de reisafstand belangrijk tot heel belangrijk en voor 14,7% doet dat er niet zo toe (bron: Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2015, TNO/CBS) .
Een onderzoek van The Workforce Institute geeft aan dat 15% van de ondervraagden de werkkring zou veranderen om hun reistijd te verkorten en 11% vindt dat het woon-werkverkeer een negatieve impact heeft op hun balans tussen werk en privé.

Hoe lang is de reistijd in Nederland?

NEA09_13_woonwerkverkeer.pngDe reistijd voor woon-werk verkeer in Nederland blijft de afgelopen jaren zo’n beetje gelijk en schommelt zo rond de 52 minuten per dag voor de heen plus de terug reis. Dit blijkt uit de NEA-gegevens van 2009 tot en met 2013.

Wèl of geen arbeidstijd?

De reistijd die een werknemer heeft naar de plaats waar het werk gedaan moet worden is voor de meeste van hen gewoon eigen tijd die geen arbeidstijd is. Het gaat dan meestal over woon-werkverkeer waarover de werkgever geen zeggenschap heeft. Als de werknemer voor de reis naar het werk niet onder het gezag van de werkgever staat dan is het geen arbeidstijd.
Anders wordt het als de werkgever gaat bepalen hoe gereisd moet worden. Bijvoorbeeld met welk voertuig de reis gemaakt moet worden, welke materialen er mee genomen moeten worden of dat er bijvoorbeeld collega's opgehaald moeten worden met een ter beschikking gestelde bedrijfsauto.
Een artikel in het vakblad arbo van september 2012 zet het onderscheid nog eens duidelijk uiteen en stelt ook vast dat de wetswijziging van de Arbeidstijdenwet (Atw), waarmee de begrippen "arbeidstijd" en "rusttijd" is gedefinieerd, in feite overcompleet is. De wetswijziging is op 5-12-2012 van kracht geworden (Stb. 2012, 604). De feiten en omstandigheden van de reis zijn bepalend om de tijd al dan niet tot arbeidstijd te bestempelen. Zie ook op Rijksoverheid “Telt mijn woon-werkverkeer als werktijd?”.
Er zijn veel verschillende situaties denkbaar maar voorbeelden die duidelijk zijn met betrekking tot de tijd die het kost om vanuit huis op het werk te komen en weer terug:

Geen arbeidstijd (dus rusttijd):

  • de medewerker die altijd op dezelfde plaats werkt;
  • de winkelbediende die op enkele vaste locaties zijn werk moet doen;
  • de servicemonteur die de werkauto op het bedrijf moet ophalen om va daaruit zijn dagelijkse werk te gaan doen;
  • de meerijders (niet de chauffeur) in een personeelsbusje die niet verplicht zijn om daar gebruik van te maken;
  • de monteur die voor langere tijd op dezelfde locatie wordt gestationeerd.

Wèl arbeidstijd:

  • werk-werkverkeer dat onder gezag van de werkgever wordt uitgevoerd;
  • rijden met een voertuig wat onder het Arbeidstijdenbesluit vervoer valt;
  • de vertegenwoordiger of ICT-er die vanuit huis vertrekt om klanten te bezoeken;
  • de servicemonteur die vanuit huis met een auto langs klanten gaat om iets te monteren of repareren;
  • de werknemer die met een personeelsbusje collega's ophaalt om hen naar het werk te brengen;
  • voor de meerijders in het personeelsbusje, bijvoorbeeld als de meerijders door de werkgever verplicht worden om met de busjes mee te rijden (gezag!);
  • het reizen naar een andere plaats dan de standplaats ingeval van een door de werkgever verplichte cursus;
  • het reizen naar de arbeidsplaats na een oproep tijdens consignatie- of bereikbaarheidsdienst en de reis terug naar huis;
In een recente prejudiciële zaak heeft het Europese Hof van Justitie uitgelegd dat onder “arbeidstijd” ook moet worden verstaan “de tijd die werknemers zonder vaste of gebruikelijke werkplek dagelijks besteden aan de reis tussen hun woonplaats en de locatie van de door hun werkgever aangeduide eerste en laatste klant”. (Zaak C-266/14, 11 juni 2015)
Het betrof in dit geval werknemer van het installatiebedrijf Tyco in Spanje waarvan de servicemonteurs aanvankelijk werkten vanuit een regiokantoor, alwaar ze dan ook hun bedrijfsauto oppikten om daarmee hun dagelijkse werk binnen hun rayon aan te vangen. Na hun werkzaamheden werd de bedrijfsauto weer op het regiokantoor gestald. Na een reorganisatie besloot Tyco de regiokantoren te sluiten en werkten de servicemonteurs met hun bedrijfsauto vanuit hun woonplaats. Tyco besloot de reizen vanaf de woonplaats naar de eerste klant en vanaf de laatste klant naar huis niet als arbeidstijd te beschouwen. Het Europese hof heeft nu geoordeeld dat het wèl arbeidstijd is!
Deze uitspraak van het Hof verheldert het begrip ‘arbeidstijd’, zoals vastgelegd is in de Arbeidstijdenrichtlijn en de ATW, stelt minister Asscher (SZW) in antwoord op kamervragen. De uitspraak wijkt volgens Asscher niet af van de eerdere uitspraken van het Hof over de begrippen arbeid en arbeidstijd en legt geen enkele verplichting op met betrekking tot de betaling van reisuren.
Voor de hierboven, onder het kopje “Wel arbeidstijd”, genoemde vertegenwoordiger en servicemonteur, die in soortgelijke omstandigheden werken, is er nu duidelijkheid: ook de eerste en de laatste reis behoren volledig tot de arbeidstijd. Hier een franchise over afspreken gaat dus tegen de uitspraak van het Hof in!

Het bedrijf verhuist en wat nu?

De werkgever kan besluiten het bedrijf waar je werkt te verhuizen. Als dat netjes in overleg met de OR of PVT wordt besloten kan de individuele werknemer daar weinig aan doen, ook niet als het woon-werkverkeer (geen arbeidstijd dus!) veel langer wordt dan voorheen. Uit jurisprudentie blijkt dat een reistijd van 2 uur heen en 2 uur terug geaccepteerd moet worden. Omdat de werkgever zich als een “goed werkgever” moet gedragen worden, meestal in een soort overgangstermijn wel compenserende maatregelen genomen. Dan wordt bijvoorbeeld transport ter beschikking gesteld of een deel van de reistijd vergoed als ware het arbeidstijd.

Afspraken over een franchise?

De Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) hield vóór juni 2015, conform het toen geldende beleid, bij controle van de arbeidstijd rekening met de gemaakte afspraken over de reistijd tussen sociale partners. Zo kon er een franchise met betrekking tot de reistijd worden afgesproken (van bijvoorbeeld een 45 minuten voor een enkele reis) die dan door de Inspecteur niet werd meegerekend voor de dagelijkse-, wekelijkse- en gemiddelde arbeidstijd. Deze tijd werd gezien als eigen tijd van de werknemer, ofwel rusttijd.
Het is dus helemaal niet ondenkbaar dat er in bedrijven in Nederland voor de ambulante werknemers nog steeds afspraken worden gepraktiseerd die heden ten dage in strijd zijn met bovenstaande uitspraak van het Europese Hof van Justitie.
Het is duidelijk dat voor medewerkers die vanuit huis naar de eerste klant of een werk op een wisselende locatie gaan en vanaf de laatste klant of werk weer naar huis gaan geen franchise over de arbeidstijd kan worden afgesproken. Dat kan wel als het gaat om de vergoeding van deze tijd en dat is dan ook in diverse CAO’s terug te vinden.

reis.pngFlowchart “Telt de reistijd ivm het werk ook als arbeidstijd”

Naar voorbeeld van een beslissingsboom met betrekking tot reistijd, die is opgenomen in de basisinspectiemodule Arbeidstijdenwet, maakte ik deze flowchart. Hiermee kan in de meeste gevallen worden bepaald of de reistijd al dan niet als arbeidstijd gerekend moet worden.

Bron: art. 1:7 onder k en l Atw

Update 7 januari 2019

Geen opmerkingen: